Nematodenonderzoek

Nematoden (aaltjes) zijn microscopisch kleine rondwormen die een belangrijk deel van de bodemfauna vormen. Er zijn vele soorten aaltjes, in totaal zijn er 28.000 beschreven, waarvan er 16.000 parasiteren. Daarnaast komen er nog andere voor, met name saprofytische aaltjes, welke een bijdrage kunnen leveren aan een gezonder bodemleven. Van de bekende parasiterende aaltjes zijn er 3.000 die zich voeden met planten, waarvan 100 soorten aanzienlijke schade veroorzaken in cultuurgewassen. Naast de schade die aaltjes direct aan gewassen toebrengen, kunnen ze ook indirecte schade veroorzaken doordat ze schimmels en virussen kunnen overdragen.

Wanneer schade door aaltjes eenmaal zichtbaar is, is het te laat om in te grijpen. Het gevolg kan zijn afkeuring, opbrengstschade en/of kwaliteitsverlies. Het is daarom belangrijk alert te zijn en planmatig percelen te bemonsteren voor een goed aaltjesmanagement.

Een geïntegreerde benadering van nematodenbeheersing is, met het wegvallen van chemische bodemontsmettingsmiddelen essentieel. Het zaaien van een resistente groenbemester is niet alleen een zeer effectieve manier om nematodenpopulaties onder controle te krijgen. Een groenbemester kan ook bijdragen aan het verbeteren van de bodemstructuur, zodat waardevolle voedingsstoffen door het volggewas gebruikt kunnen worden.

Waardplantgeschiktheid en schadegevoeligheid

De waardplantgeschiktheid is de mate waarin een aaltje zich op een gewas kan vermeerderen. Aaltjes die meerdere generaties per jaar op een gewas voortbrengen, kunnen in één seizoen van lage dichtheden tot maximale dichtheden toenemen. Hoe hoog die maximale dichtheid is, hangt af van het gewas. De absolute aantallen verschillen sterk per aaltjessoort. De waardplantgeschiktheid is daarom opgedeeld in de volgende vermeerderingsklassen:

  • Actieve bestrijding (resistent)
  • Geen waard (= natuurlijk afname)
  • Slechte waard (= kleine toename)
  • Matige waard (= matige toename)
  • Goede waard (= sterke toename)

Met schadegevoeligheid wordt aangegeven in welke mate het gewas schade ondervindt van de betreffende aaltjessoort. Schade wordt veroorzaakt door de combinatie van schadegevoeligheid van het gewas en het aantal aaltjes bij aanvang van de teelt (besmettingsniveau). De schade kan slaan op alleen verlies in fysieke opbrengst maar kan ook betrekking hebben op kwaliteit of het onmogelijk worden van een teelt omdat het aaltje in dat gewas een quarantaine organisme is. Met klassen wordt de schadegevoeligheid weergegeven:

  • Geen schade
  • Weinig schade (5-15% schade)
  • Matige schade (15-33% schade)
  • Veel schade (>33% schade)

Bron: www.aaltjeschema.nl